Ik noem dit een ‘Nieuwe Orde’ omdat het de verhoudingen tussen instituties (zoals de overheid), bedrijven, de planeet en burgers opnieuw vormgeeft. Soms mag de overheid steviger plek innemen als hoeder van het algemeen belang ten koste van de markt. Soms is er meer ruimte nodig voor burgers ten koste van de overheid. Sowieso is meer ruimte nodig voor de planeet. En hoewel ondernemen leuk is: niet alles in de wijken is te vangen in een commercieel denkraam.
Het is belangrijk om bewust over deze Nieuwe Orde na te denken tijdens het strategieproces en bij te dragen aan een ontwikkelrichting die ruimte aan biedt aan deze herordening. Wat doet deze transitie in de wijk? Niet alle wijkelementen worden even direct beïnvloed door deze transitie. Daarom licht ik de belangrijkste uit.
• Andere bewoners
In veel wijken proef ik een sluimerend ongemak: een mix van onvrede en wantrouwen. Dit komt mijns inziens doordat de neoliberale belofte van vrijheid en welvaart niet is uitgekomen zoals gepredikt en verwacht. Dat ongemak kan door gebeurtenissen snel aanwakkeren tot polariserend protest. Tegelijk zie ik veel eigen initiatief door bewoners, wat juist een constructieve energie in de wijken is. Die energie is waardevol en vol potentie. Het idee van de burger als consument van overheid (die alles regelt) en markt (die alles aanbiedt) is incompleet. In de Nieuwe Orde is de burger als mede-maker is hard nodig. Daarvoor moeten de overheid en ook andere institutionele organisaties zoals corporaties, zorginstellingen e.d. hun faciliterende rol aan bewoners vormgeven en versterken.
Dan blijkt dat bewoners niet alleen individuen zijn die keuzes maken op basis van eigenbelang, zoals het neoliberalistisch paradigma vertelt, maar er is dan ook aansluiting bij het oeroude besef dat mensen sociale wezens zijn, die graag iets met en voor elkaar doen. Het is een nieuw bewustzijn over mogelijkheden van eigen regie en coöperatief ondernemen, dicht bij huis.
Mensen in de wijk verrassen mij altijd positief: als je de juiste snaar raakt, doen zij mee aan activiteiten voor de wijk en dragen zij bij aan de gemeenschap. Het gaat er dus om bewoners verantwoordelijkheid te geven voor bepaalde aspecten van het wijkleven.
En nee, beste gemeente, corporatie of andere organisatie in de wijk: deze Nieuwe Orde, waarbij bewoners nadrukkelijker een plek aan tafel hebben, komt niet vanzelf. Ook bewoners moeten wennen. We staan nog maar aan het begín van deze transitie.
• Vastgoed
De error van kapitalisme en neoliberalisme als het gaat om woningen is: de wooncrisis. Het ontbreekt in steden aan de juiste woningen, aan betaalbare woningen en aan genoeg woningen, en tegelijk staan veel woningen leeg. De Nieuwe Orde gloort bij initiatieven zoals wooncoöperaties en community landtrust, die grond ‘uit de greep van de markt’ halen. Bij bedrijfsonroerend goed zijn eigendom enerzijds, en gebruik en zorg anderzijds los van elkaar komen te staan. Voor internationale vastgoedbedrijven is een pand met een bepaalde waarde in een portefeuille houden is nog steeds interessant, zelfs als een pand langdurig leeg staat. En ondertussen voelt de wijk de onveiligheid van een verloederd en/of leeg gebouw. Hierin kan vooral de gemeente steviger sturen. Een paar instrumenten die tot de beschikking staan zijn: aanschrijvingen, voorkeursrecht, beeldkwaliteitskaders (óók voor bestaand vastgoed), strategische aankoop en verkoop van gemeentelijk vastgoed t.b.v. buurtontwikkeling, grondprijzenbeleid en kwaliteitseisen in tenders. Er zijn meer mogelijkheden om in de wijk te sturen dan nu vaak worden ingezet.
• Openbare ruimte
Vrijwel alle gemeenschappelijke zaken in de openbare ruimte van energie, openbaar vervoer, groenvoorziening en afvalverwerking zijn geprivatiseerd of gevangen in key performance indicators (KPI’s). Het effect daarvan in de wijken is: er zit een gat tussen de bewoners en de KPI’s van bedrijven. Het marktdenken is doorgeslagen. In vrijwel alle wijken waar vernieuwing nodig is, zijn afval en vuilnis op straat bijvoorbeeld een terugkomende klacht. Ze zijn het resultaat van ons overdadige koopgedrag en van het idee dat 12 het afval iemand anders verantwoordelijkheid is. De KPI schrijft misschien voor dat een prullenbak een keer per week geleegd moet worden, maar het bankje naast de prullenbak is populair. Buurtbewoners weten dat, een KPI niet. In een wijkvernieuwing die het ontstaan van de Nieuwe Orde stimuleert is ruimte voor meer verantwoordelijkheid van bewoners b.v. in de vorm van een functie van een ‘buurtconciërge’. En het kan ook de vorm aannemen van: zelfbeheer van corporatiewoningen, groenbeheer door bewoners, een energie-coöperatie etc.
• Voorzieningen
In de wijk-economie is de impact voelbaar van wereldwijde fusies om middels schaalgrootte hogere winstcijfers te laten zien, als typische exponent van kapitalisme en liberalisme. Hierdoor is de lokale winkel vaak niet meer lokaal, is het gezondheidscentrum onderdeel van een keten, en zelfs de welzijnsorganisatie is in de greep van KPI-denken. Er verdwijnen regelmatig voorzieningen, en met het verdwijnen van de lokale bank of het postkantoor verdwijnt ook een ontmoetingsplek en wat sociale controle. En als in de wijk vernieuwing nodig is, is de betrokkenheid van deze niet-lokale partijen over het algemeen laag. Ook hier kan de Nieuwe Orde ruimte bieden aan wat bewoners zelf opstarten. Wat voorbeelden van kleine economie: een fietsenmaker vanuit de garagebox, BBQ-kip verkopen vanaf het gras tussen de portiekflats, in het weekend geknipt worden in een leegstaand pand, een speeltuin waar pannenkoeken worden verkocht, buurt-klushulp etc. En minder handhaving van overheidsregels kan in zulke gevallen meer ruimte bieden aan leven(digheid) in wijken.
2.Globalisering
De bovengenoemde transitie naar een Nieuwe Orde is nog in beginfase, maar deze tweede transitie, globalisering, is juist in volle gang. Wanneer is de globalisering eigenlijk begonnen? De Zijderoute? De start van de kolonisatiegolf vanuit Europa over de wereld? Ik kijk hier met name naar het effect van de versnelling van de globalisering in de afgelopen decennia. Een voorbeeld om die versnelling en de schaal van de transitie te illustreren is de container. Eeuwenlang zijn goederen over de continenten vervoerd, maar in de jaren ’50 vond Malcom McLean de standaardcontainer uit om transport efficiënter te maken. Dit principe van stapelbare standaard-‘boxen’ sloeg enorm aan, met als resultaat dat er in de vroege jaren ’20 van de 21ste eeuw wereldwijd maar liefst zo’n 25 miljoen containers in gebruik waren.